Ambitie om worm te worden? Ga promoveren!

Dit weekend kreeg ik het nieuwe boek van Anneke Kleppe, één van onze Nederlandse guru’s, onder ogen. Ik heb nog niet veel meer dan het voorwoord gelezen maar dit is al zeer de moeite waard.

Ik kijk al een poosje van dichtbij mee met iemand die aan het promoveren is. Mevrouw Kleppe is ook begonnen met een promotieonderzoek, maar heeft besloten hiermee te stoppen en heeft daarvoor in de plaats dit boek geschreven. Ze legt op bijzonder geestige wijze, en met eindelijk eens een metafoor die wel werkt, uit wat het inhoudt om te promoveren. Ze begint haar betoog met het feit dat wetenschappelijk werk ‘nieuw’ moet zijn. Om zeker te zijn dat dat zo is moet je ontzettend veel lezen van je mede-wetenschappers. Ze gebruikt de volgende metafoor:

… the work of most scientists resembles the work being done by a worm: dissecting a single square yard (or even worse using metrics: a single square meter) of the garden of knowledge completely and ever so thoroughly. Only on this small area the scientist can be sure he/she knows all related work.

Ze gaat verder met de onderbouwing:

Unfortunately, the work I wanted to do is better resembled by the work of a bee: visiting the many wonderful flowers in the garden of knowledge and bringing ideas, concepts, and techniques from the one to the other.

Ik kan vanuit de praktijk beamen dat wetenschappelijk werk iets is waarvoor met hoofdletters geldt: Bezint eer ge begint. Het lijkt van buiten allemaal fantastisch, met nieuwe dingen bezig zijn, maar als je eenmaal die wereld inrolt blijkt dat je – vooral in het begin – gigantisch veel bestaande kennis tot je moet nemen voor je maar enigszins kunt bepalen welk nieuw deelgebiedje je kunt gaan behandelen. Dit kan soms wel meer dan het gehele eerste jaar van je onderzoek beslaan, in deeltijd nog veel meer (maarja, dan duurt je hele onderzoek ook veel langer natuurlijk).

Als die noot gekraakt is blijk je inderdaad met nieuw werk bezig te kunnen zijn, maar zijn er dermate hoge eisen aan bijvoorbeeld publicatie van je materiaal dat je toch nog steeds een groot deel van je tijd moet besteden aan de minder interessante zaken als ‘past mijn paper wel binnen 15 pagina’s’. Helemaal als je wat nabije competitie hebt moet je goed in de gaten houden dat je iedereen wel netjes quote op je deelgebied; één van die 15 pagina’s is meestal volledig gevuld met literatuurreferenties (maar gelukkig is al die literatuur o zo interessant om door te spitten ;)).

Tevens moet je materiaal vervolgens door peers gereviewed worden om een stempeltje te krijgen zodat het bijvoorbeeld op een congres gepubliceerd wordt. Ook hierover is mevrouw Kleppe scherp:

… the life of a scientist is all about judging (doing reviews) and being judged (getting reviewed). I have found that this is not beneficial for qualities like open-mindedness and creativity which every scientist is assumed to possess and cherish. Nor does it encourage cooperation, for who takes the credits? This life full of judgement, combined with the pressure to publish regularly, simply does not provide the right breeding ground for innovative research.

Ze haalt verder ook aan wat voor basis de worm die voor in de tuin graaft heeft om de worm die verder achter in de tuin graaft te beoordelen. Vaak wordt je dus meer op de vorm (taal, opmaak) beoordeeld dan je zou willen. Uiteraard moeten er bepaalde standaarden nageleefd worden maar af en toe een kromme Engelse zin zou in mijn optiek de inhoud niet hoeven schaden.

Voor haar verdere argumenten verwijs ik naar het volledige voorwoord, dat staat bij Amazon op de bovenstaande eerste link. For the record: ik ben groot voorstander van wetenschappelijk werk en ik zou het graag meer gestimuleerd zien vanuit de overheid. Daarnaast zou het ook vanuit de wetenschappelijke wereld zelf wel iets toegankelijker gemaakt mogen worden. Deeltijd promoveren is namelijk geen pretje, en je ziet toch steeds meer mensen die voor deze weg kiezen. Je komt dan als worm ook af en toe nog even boven de grond, dus voor die deeltijdbenadering is veel te zeggen.

Ik ben voor mezelf inmiddels wel tot de conclusie gekomen dat promoveren (voorlopig) mijn ding niet is, hoewel ik nooit nooit zeg… 🙂